Wat is de invloed van vitamines en andere voedingsstoffen op candida?

Het candidasyndroom kan in feite alleen orthomoleculair, dat wil zeggen met voedingsmaatregelen, goed worden behandeld.

Candida is een veelvoorkomende aandoening die door reguliere artsen echter vrijwel nooit wordt vastgesteld. Bij het candidasyndroom heeft de schimmelvorm van de gistcel Candida albicans zich vanuit de darm via de bloedbaan in het lichaam verspreid.

De symptomen van deze ziekte zijn talrijk en kunnen onder meer spijsverteringsklachten, hormonale klachten, afweerproblemen en vooral vermoeidheidsklachten omvatten.

Alleen een goed met de aandoening bekende arts of therapeut kan het candidasyndroom vaststellen. De orthomoleculaire behandeling is ook dermate complex dat hulp van een professionele genezer zeker aan te raden is. De behandeling bestaat uit een streng dieet en een gericht suppletieprogramma.

De dieetmaatregelen hebben vooral tot doel de vermenigvuldiging van de candidacellen te remmen. Dit wordt onder meer bereikt door vermijding van voedselbestanddelen waarop deze microorganismen goed gedijen. Tot de verboden producten behoren: alle suiker bevattende producten, gist of schimmelhoudende producten, varkensvlees, kalfsvlees en producten met lichaamsvreemde toevoegingen.

Een belangrijk onderdeel van het dieet is verder dat men veel rauwkost eet.

Substanties die door de behandelaar boven de basissuppletie kunnen worden voorgeschreven zijn onder meer: caprylzuur, boterzuur, abrikozenpittenpoeder, borium en mangaan. Verder kan een afweerversterkend preparaat (zie bij vraag 3.5) deel uitmaken van het suppletieprogramma. De behandeling kan verder bestaan uit het versterken van de darmflora met een preparaat dat nuttige darmbacteriën bevat. De darmflora bestaat uit in de darm verblijvende microorganismen, waaronder heilzame bacteriën die bescherming kunnen bieden tegen schadelijke microorganismen.